Huurbeleid 2019

08 februari 2019

Huurbeleid 2019

Huurbeleid 2019

De minister van BZK heeft in de jaarlijkse MG-circulaire het huurprijsbeleid voor de periode 1 juli 2019 tot en met 30 juni 2020 bekendgemaakt. Dit huurprijsbeleid is alleen van toepassing op huurwoningen in de sociale huursector. Dat wil zeggen dat de aanvangshuur bij het aangaan van de huurovereenkomst met een woningcorporatie of andere verhuurder onder de toen geldende liberalisatiegrens lag.



Maximale huurverhogingspercentages zelfstandige en onzelfstandige woningen per 1 juli 2019

Voor huurders met een inkomen tot en met € 42.436 geldt een maximale huurverhoging van 4,1% (inflatie van 1,6%+2,5 procentpunt). Voor onzelfstandige woningen (kamers), woonwagens en woonwagenstandplaatsen geldt ongeacht het inkomen een maximale huurverhoging van 3,1% (inflatie van 1,6+1,5 procentpunt).

Inkomensafhankelijke huurverhoging

Voor huurders met een inkomen boven € 42.436, kan de huur extra verhoogd worden. Het maximale percentage voor deze groep is 5,6% (inflatie van 1,6%+4 procentpunt). Deze inkomensafhankelijke huurverhoging geldt, ondanks inkomen, niet voor huishoudens met één of meer AOW-gerechtigden of huishoudens met vier of meer personen. De inkomensafhankelijke verhoging geldt ook niet voor onzelfstandige huurwoningen. Verhuurders die gebruik willen maken van inkomensafhankelijke huurverhoging, mogen bij de Belastingdienst een huishoudverklaring opvragen.

Huishoudverklaring voor inkomensafhankelijke huurverhoging

De huishoudverklaring bevat informatie over de categorie waartoe een huurder behoort. Op basis daarvan kan al dan niet inkomensafhankelijke huurverhoging berekend worden. Verhuurders moeten op www.inkomensafhankelijkehuurverhoging.nl een account aanmaken. Dit portal is vanaf 1 februari geopend - vanaf dat moment kunnen ook al huishoudverklaringen worden opgevraagd. Na het aanvragen verstuurt de Belastingdienst een kennisgeving aan de huurders. De huishoudverklaring mag alleen voor inkomensafhankelijke huurverhoging worden gebruikt. Indien de huurprijs de maximale huurprijs al bijna heeft bereikt of als het een vrije sector woning betreft, mag er geen verklaring worden aangevraagd. De verklaringen moeten, nadat deze niet meer nodig zijn, omdat de verhoging bijvoorbeeld definitief is geworden, worden vernietigd.

Voorstel voor huurverhoging

Een voorstel voor de huurverhoging moet twee maanden vóórdat de voorgestelde huurverhoging moet ingaan bij de huurder worden aangeboden. Het voorstel moet tenminste het volgende bevatten:

•    De oude en de nieuwe kale huurprijs;
•    Het percentage of bedrag waarmee de huur wordt verhoogd;
•    Of er sprake is van een (extra) inkomensafhankelijke huurverhoging. Als dit het geval is moet de verhuurder een inkomensverklaring van de Belastingdienst meesturen;
•    De datum waarop de huurverhoging ingaat;
•    Hoe de huurder bezwaar kan maken tegen de huurverhoging. Een huurder kan immers tegen de huurverhoging bezwaar aantekenen.

Indexering bedrag WOZ-waarde in het woningwaarderingsstelsel

Op 1 juli vindt ook de indexering plaats van de bedragen die gehanteerd worden bij de bepaling van het aantal punten voor de WOZ-waarde in het woningwaarderingsstelsel. In onderdeel 9 van het WWS geldt vanaf 1 juli 2019 voor elke € 9.474 aan WOZ-waarde één punt. Daarnaast voor de WOZ-waarde gedeeld door de oppervlakte van de onderdelen 1 en 2 (uit het WWS): voor kleine woningen (<40 m2) gebouwd tussen 2018 en 2022 en gelegen in de regio's Amsterdam en Utrecht, per € 62 één punt. Voor alle overige woningen per € 147 één punt.

Liberalisatiegrens

Zoals eerder gepubliceerd is de liberalisatiegrens per 1-1-2019 verhoogd naar € 720,42. Deze grens bepaalt of de huurwoning gereguleerd is en of een huurder recht heeft op huurtoeslag. De liberalisatiegrens geldt alleen voor zelfstandige huurwoningen: onzelfstandige huurwoningen vallen altijd binnen de gereguleerde sector.


Terug naar overzicht